De naam "Looiersgracht" ontstond doordat de leerlooierijen en de huidenhandel die in de zestiende eeuw nog buiten de stad lagen, maar geleidelijk binnen de stad kwamen te liggen: in de Jordaan en in de grachtengordel. De Looiersgracht is hier het bekendste om, maar ook aan de (reeds gedempte) Elandsgracht werd de leerhandel gevestigd. De Runstraat en de Huidenstraat die in het verlengde van de Looiersgracht liggen ontlenen hun namen eveneens aan deze vanouds bloeiende bedrijfstak. De Eerste, Tweede en Derde Looiersdwarsstraat zijn zijstraten van de Looiersgracht. Na 1658 breidden de looierijen zich sterk uit op terreinen ten oosten van de Vijzelgracht. Daar liggen dan ook de Nieuwe Looiersstraat en -dwarsstraat. De Derde Looiersdwarsstraat was voor de demping de Oude Looierssloot. De gedempte Nieuwe Looierssloot werd de Fokke Simonszstraat.
Rond 1630 kwam Anthonie Grill samen met zijn broers Andries en Johannes uit Augsburg naar Amsterdam. Hij was hier werkzaam als zilversmid. In de loop der tijd richtte Anthonie zich echter steeds meer op het essayeren: "het onderzoeken van het gehalte van goud of zilver". De hiervoor benodigde smelterij vestigde hij in 1651 in een pand aan de Looiersgracht. Twee jaar later sloot Anthonie Grill een contract over het winnen van goud en zilver met zijn broer Andries in Den Haag. Grote financiele moeilijkheden leidden echter in 1661 tot een gedwongen verkoop van al zijn bezittingen. Grill had op dat moment Amsterdam al verlaten.
In de 19e eeuw werden 6 van de 11 authentieke Jordanese grachten gedempt. Slechts de Bloemgracht, Egelantiersgracht, Lauriergracht, Looiersgracht en Passeerdersgracht bleven (naast de Prinsengracht, Keizersgracht, Herengracht, Singel, Lijnbaansgracht, Brouwersgracht, Leliegracht en Leidsegracht) bestaan.